Rode wangen en koude handen ... Een ochtend met de peuters



Hoewel in deze herfstige winter koning Winter ons weinig echte winterdagen bracht, verjoeg ome Rijp toch zo af en toe vrouwtje Dooi.
En kwam koning Winter ons even tegemoet.
Zo'n dag is in de peutergroep wel heel bijzonder.
Want, al in de kring kost het ons moeite om niet de hele tijd naar buiten te kijken.
En met het zingen van "sneeuwvlokje, witrokje ....." voelen we de sneeuwvlokken binnen bijna echt op onze handen neerdalen.
Buiten is het grijzig en de sneeuw blijft neerdwarrelen.
We gaan nog niet naar buiten.
Binnen is er eerst nog heel veel werk te doen.
Na het spelen en zingen en eten, eindelijk naar buiten.
Als alle monden schoon zijn en alle jassen aan ..... HOERA!
In een lange rij ..... zingend ..... het kost veel moeite om niet naar de zandbak te hollen. Snel de kisten pakken, met schepjes en bakjes.
Het sneeuwt inmiddels niet meer, de hemel is blauw en de grond is wit. Voor hoelang het duurt, want de sneeuw smelt al een beetje en er ontstaan plassen.
Maar de kinderen hebben de sneeuw gevoeld,
onder hun voeten en in hun handen.
Er is zoveel aan te beleven.
Dan is het tijd om naar binnen te gaan.
Met rode wangen en koude handen.
We sluiten af in de kring, met een verhaal.
Dromerige blikken, een duim in de mond.
En we zingen nog een keer "sneeuwvlokje, witrokje, waar kom je vandaan.....".

Juffie Mirjam

Een heel mooi prentenboek voor de wintertijd overgaand naar de lentetijd is: "Olle" van Else Beskow.
Olle als hoofdfiguur komt koning Winter, oom Rijp, vrouwtje Dooi tegen op zijn tocht door het bos.