Kijken naar kindertekeningen
terugblik op de lezing op 3 oktober
Meestal al voor de tweede verjaardag tot na de kleuterfase zien we de mooiste tekeningen verschijnen op het papier - ze komen naar ons toe als berichten van het kind.
De volwassene in zijn omgeving ziet het schrijven, de kleine bootst dit na. Ook gebeurt het grijpen naar het krijt vanuit de levensprocessen die plaats vinden in zijn organisme. Op papier zien we eerst een klein gekriebel maar al gauw zijn er grote wervelingen te zien. Er ontstaan vloeiende lijnen, die ritmisch en vol beweging op het blad komen.Soms is het blad hiervoor te klein. Dat dit alleen een oefenen zou zijn van de motoriek lijkt bij het kijken naar het kind twijfelachtig. Toont het ons de weg die het aflegde om bij vader en moeder te zijn?
Waar hij vandaan komt? Komen alle bewegingen die het tollend en draaiend maakt niet op het papier tot rust? Is het zelf ook niet een heel klein rond mensje, 9 maanden groeide het in een warme kleine ruimte bij de moeder. Na de geboorte slaapt het nog lang in de zelfde houding.
Tot aan het derde jaar laat het zich bij het tekenen dromend meevoeren door het vormproces.
Bij het tekenen toont het wat zich in hem afspeelt. Na het derde jaar treedt er een verandering op.
Het kleine kind gaat zich zelf met "ik" benoemen. Hierdoor ontdekt het dat het zich tegenover zijn omgeving kan plaatsen. De eerste koppigheidsperiode is aangebroken.
In de tekeningen komen de wervelende dynamische bewegingen tot een rust in een punt of tot een kruis.
Het kind spant zich in om een ronde vorm op papier dicht te maken - met en soort knoopje.
"Daar ben ik" zegt het tegen ons. In de lichamelijke ontwikkeling kwam het kind door schuchtere pogingen tot een opgerichte houding. Eerst alleen het hoofdje heffen, daarna zijn bovenlijf in de wereld heffen. Na een tijd klemt het zich aan de spijlen van de box. Veel oefent het om zijn evenwicht te zoeken en te bewaren. Onvermoeibaar oefent het kind het gaan staan, lopen.
De cirkel om het kruis staan weer voor het kind zelf. De cirkel waarvan het middelpunt een kruis of een punt is beschrijven de levenssituatie op deze leeftijd.
![]()
Hier kunnen we misschien iets zien van de verhouding die het kind heeft met de buitenwereld.
Tegen het vijfde jaar zien we veel oefeningen op het blad van cirkels, vierkanten en driehoeken.
Vaak herhaalt het kind dit. Vele bladen ritmisch gevuld met dezelfde motieven. Volop kleur is te zien. Rood, geel en donkere kleuren geven uitdrukking aan zijn ziel.
Iedere keer tekent het de mens opnieuw en identificeert zich er volledig mee. De mensengestalte vinden we terug in de boom- en huisvorm. Bomen en huizen krijgen op papier een gezicht en een mensengestalte.
Vaak vormen bij deze wezens de benen en voeten nog een geheel. Langzaam aan komen de benen en voeten los. Voor het eerst zet de mens vaste voet op aarde. De eerste oriëntering naar buiten. Hij zweeft niet meer in de kosmos maar staat op de grond. Ook vinden we in de kleutertekening de vertikalen terug.
![]()
Wat oorspronkelijk vloeiend was, verhardt en vormt een skeletachtig lijf - "de ladder" ontstaat.
De vierjarige is volop bezig met fantasiespel. In het spel kan alles voor alles dienen. De stoel is eerst een trein dan kasteel en daarna boot. Een doosje is een poppenhuisje, bedje of schatkistje.
Groot is zijn gevoelswereld - dit is het middengebied van de mens. Ritmisch klopt het hart onophoudelijk door tot we sterven. We ademen in en uit. De wervelkolom is ritmisch gebouwd.
De mensen, huizen, bomen vertonen in deze periode vaak "ladders".
Bij de oudere kleuter wordt het huis langzamerhand een afgesloten vorm. De verhouding tot de wereld veranderd. Het kind komt in zijn huis. Betrekt zijn lichaam - het komt thuis.
De zelfstandigheid van de kinderziel wordt gedemonstreerd. Eerst was het huis nog kosmisch rond - zonder op de grond te staan - het zweefde op het blad of kwam op de rand terecht. Nu treffen we de fase aan dat de aarde wordt getekend, de hemel erboven en heel vaak ook een stralende zon in het midden boven het huis.
Eerst was het huis nog doorzichtig en hadden we zicht op wat zich binnen afspeelde.
Langzaam aan gaan de gordijnen dicht. De deur stond eerst nog op een kier maar wordt nu afgesloten hoewel er een deurknop is om te openen. Het kind verkiest zelf het moment waarop het zich wil tonen aan de buitenwereld door zijn deurtje open te zetten.
Deze kindertekeningen geven ons zonder dat wij er om vragen de aanduiding dat het kind de volgende fase in gaat.
Vanuit de kleuterwereld op stap naar de wereld van het oudere basisschoolkind.
Het kan gebeuren dat een kind in de periode van het tandenwisselen een tekening maakt waar de zon een lachende mond toont met een grote rij tanden. Voor het kind is het tandenwisselen een boeiende stap.
Door de tekeningen krijgen we zicht op het innerlijk van het kind.
Dat alle kinderen dit op eigen wijze doen spreekt vanzelf. De een staat langer stil in een bepaalde fase terwijl een ander er vlugger door heen gaat. Een fase overslaan gebeurt echter niet.
We moeten attent zijn op alle tekeningen - op de kleinste papiertjes -tekenend met een stokje in het zand.
Dat het ene kind "zwaar en breed" tekent en het andere "luchtig en vluchtig" geeft ons ook zicht op het kind. Elk kind tekent zijn eigen ontwikkeling. Het is boeiend om te zien hoe hun tekeningen groeien onder hun handjes. Boeiend is het om de berichten te lezen die de kinderen verzenden.
Jantina Boelens
Een boek om nog meer over kindertekeningen te lezen is:
De beeldende taal van het kleine kind van Michaela Strauss - uitgeverij: Christofoor
![]()
tekenen in de kleuterklas![]()