Zomergedichten

Zomermorgen

Toen ik vanmorgen buitenkwam
bracht de wind zo'n geurtje mee
van honing, hooi en zonnebloemen
en een vleugje zand en zee.

En alles was nog stil
de schommelstoel op het terras,
de roze rozenstruik en ik
op blote voeten in het gras.

Twee wolkjes zeemden ijverig
de lucht van lichtblauw glas.
Ze wuifden naar de zon
die net als ik al wakker was,

terwijl daarbinnen iedereen
nog steeds te slapen lag.
En ik begreep: dit wordt
de allermooiste zomerdag.


De zomer is gekomen

De zomer is gekomen
als de langste dag begint.
Met alle mooie groene bomen
en de warme zomerwind.
En hoor de vogels fluiten
in het bos en in de straat.
Alle kinderen spelen buiten
tot de zon naar bed toe gaat.


Altijd zomer

Warme zon op mijn gezicht.
's Avonds blijft het lang nog licht.
In mijn badje in de tuin
wordt mijn hele blootje bruin.
't Is leuker hier dan in de klas:
'k wou dat het altijd zomer was.

En ik woon vanaf vandaag
in mijn blokhut in de haag.
Zelf getimmerd, zelf bedacht.
'k Mag hier slapen, ook vannacht
en het gras is de matras:
'k Wou dat het altijd zomer was.