Maria-Lichtmis
Maria-Lichtmis vieren we op 2 februari.
In de natuur vinden we de eerste tekenen van het naderend voorjaar.
Onder de aarde is het leven doorgegaan tijdens de wintertijd. Op sommige plaatsen is door gaten in de sneeuw te zien waar de bollen tevoorschijn zullen komen. Er komt als het ware een warme stroom van de planten uit naar boven. Bolletjes van sneeuwklokjes, hyacinten en winterakonieten zullen weldra hele stille sprietjes laten zien.
Maria-Lichtmis is het feest van het steeds sterker wordende daglicht.
Met het Michaelsfeest maakten we ons sterk om de donkere tijd binnen te treden. Met het Sint Maartensfeest staken we de eerste lichtjes aan. Met dit laatste winterfeest blaast Maria het lichtje uit.
Het feest van Maria-Lichtmis werd oorspronkelijk gevierd ter herinnering aan het reinigingsoffer dat Maria in de tempel opdroeg, veertig dagen na de geboorte van Jezus. Later werd het de dag, waarop men de kaarsen die men gedurende het komende jaar nodig had, liet wijden.

In de klas sluiten we de vele lichtfeesten van de herfst en winter af met drijvende lichtjes. De restjes kaars van de afgelopen tijd hebben we goed bewaard. In halve walnootdoppen maken we nu een klein kaarsje vast met behulp van een paar druppels kaarsvet of bijenwas. Of we smelten kleurige restjes kaars in een blikje, gieten de dop vol en zetten er na even stollen een klein lontje in. De notendopjes laten we drijven in een schaal met water in de ochtendschemering van Maria-Lichtmis.
In de klas met de jongere kinderen spelen we nog één maal het Kerstspelletje, zingen alle Kerstliedjes en zwaaien dan Maria uit.
Jantina Boelens